De wederkomst

  • Welke geschiedenis openbaart de Here Jezus in het Boek Openbaring? De wereldgeschiedenis? Zie bv. Joh. 18:36; Mar. 1:15; Mat. 4:17, 10:7, 23:13
  • Moeten we aandacht aan dit Boek besteden? Zie bv. Opb. 1:3
  • Zien wij dit goed?
  • Op pagina 9 werd “de Dag des Heeren” genoemd. Wat is dat voor dag?
  • Welke voorwaarden zouden er zijn om bewoner in het Rijk des HEEREN te kunnen worden?
  • Verlangt Hij naar Zijn wederkomst?
  • Ziet u, naast het verstrijken van de tijd sinds Zijn Hemelvaart, aanwijzingen dat Zijn wederkomst aanstaande zou kunnen zijn?
  • Wat is het verband tussen dit hoofdstuk en de prediking van de Here Jezus? Deze prediking staat in Mat. 4:17 en Mar. 1:14­15; zie ook Han. 1:7.
  • Bent u het eens met de stelling dat de eerste apostelen wisten dat Jezus zou wederkeren?
  • Waar was de Here Jezus na Zijn dood aan het kruis?
  • Wat deed de Here Jezus tussen Zijn dood en Zijn Opstanding? Waarom was dat nodig? Kan dat dan een uitwerking hebben?
  • Is dat al in het OT aangekondigd?
  • Welke conclusies trekt u uit dit zijstapje en wijkt dit af van wat u vooraf dacht?
  • Wat is onze erfenis?
  • Hebben wij een waarborg van deze erfenis ontvangen (waaruit blijkt ons recht op de erfenis)?
  • Verlangt u naar de Wederkomst van de Here Jezus Christus?
  • Zo ja, hoe beïnvloedt dit verlangen u? Hoe ‘voelt’ dit verlangen?
  • Wij hebben in bovenstaande alinea de woorden “wij allen” bewust tussen gezet. Wie zijn deze “wij allen”? Waar baseert u dat op?
  • Mogen we aannemen dat, na de Hemelvaart van Jezus, de werkzaamheid van de Heilige Geest in de eerste generaties discipelen de eerste regen in de Christenheid was?
  • Hoe werden de eerste gelovigen opgebouwd in het geloof? Welk doel had dat?
  • Moeten we voor de ‘oogst’ nog een spade regen verwachten?
  • Zo ja, zijn daar in de christenheid al tekenen van te zien?
  • Hoe beziet u deze droom en de uitleg (Dan. 2:25­45)?
  • In de alinea hierboven staat “uit alle eeuwen”. Is dat niet oneerlijk ten opzichte van de mensen die voor de komst van de Here Jezus op aarde hebben geleefd?
  • Wat gebeurt er volgens u met degenen die niet in Christus zijn gestorven en hen die niet “in Christus zijn” en dus niet levend veranderd worden? Waar baseert u dat op?
  • Zijn er, voordat Christus straks komt, al overledenen bij Hem? Hoe beredeneert u dat? Zie o.a. 1 The. 4:13¬18; Joh. 14:1¬6; Opb. 6:9¬11; Luc. 23:43
  • Is er volgens u een verband (of zelfs een noodzaak?) tussen het tegemoet kunnen gaan van de Heer en het hebben ontvangen van de Heilige Geest (zie o.a. Rom. 8:15¬17)? Hoe beredeneert u dat?
  • Hoe, denkt u, ontvangt iemand de Heilige Geest? Zie o.a. Joh. 20:22; Han. 8:14¬17, 19:2¬6; Heb. 6:2
  • Als iemand ergens komt en daar blijft (parousia), moet die persoon dan ook voor iedereen zichtbaar (epifaneia) zijn?
  • Wanneer staan dan de overige overledenen op, zij die niet van Christus zijn?
  • Betekenen de termen ‘eerste opstanding’ en ‘opname’ hetzelfde?
  • Als de “toekomst van de Here Jezus” samenvalt met de ‘eerste opstanding’, wanneer vindt(en) de zichtbare verschijning(en) van de Here Jezus dan plaats?
  • Zijn degenen die worden opgenomen soms de bruid van het Lam?
  • Waarom zouden de eerste christenen, die de Heilige Geest hadden ontvangen en als ware discipelen alles (zelfs hun leven) opofferden voor het geloof, naar de eerste opstanding verwijzen met de woorden “de toekomst van Jezus”? (zie voor de Heilige Geest de vragen in zijstapje 7 op pagina 47)
  • Wij vergelijken even heel gemakkelijk degenen die de eerste opstanding meemaken met de twee getuigen uit Opb. 11:12. Wat vindt u daarvan? Waarom vindt u dat?
  • Is het spreken over ‘wederkomst’ strijdig met Mat. 28:20 “Ik ben met u al de dagen tot de voleinding der wereld”? Immers, als Hij al met ons is, hoe kan Hij dan wederkomen? En wanneer is die “voleinding der wereld”? Bij de eerste opstanding?
  • Wat is “door de duivel verslonden worden”? Het lijkt absoluut een hindernis te zijn…
  • Waarom is de duivel woedend?
  • Kun je zeggen dat elke afgod in staat is om loyaliteit af te dwingen, maar dat God, die de titel “God” waardig is, dat niet zal doen?
  • Kan je zeggen dat een afgod die geloof of gedrag afdwingt geen god is, maar werk is van een of meer mensen die proberen (of probeerden) hun eigen doel te bereiken?
  • Wat vraagt de HEERE God van Zijn liefhebbers? Zie Mat. 11:29-30. Wat houdt dat “juk” in? Zie bv. ook Deu. 10:12; Mal. 3:7; Mat. 3:8
  • Is hier een relatie met de “oude paden”? Zie Jer. 6:16; Psa. 25:10, 119:101; Spr. 3:6; 2 Tim. 4:7¬8
  • Zo ja, wat zijn die “oude paden” dan?
  • Welke verhouding zou er, in het besef van het bovenstaande, tot ‘de ander’ bestaan? Zie hierbij bv 1 Kor. 3:17; 2 Kor. 3:2¬3; 1 Pet. 5:5¬7; Fil. 2:3; Luc. 10:25¬37
  • Zijn alle andere religies alleen maar mensenwerk (of erger), zie bv. Psa. 96:5?
  • Hoe kunnen/moeten we het Evangelie aan mensen, die een andere religie aanhangen, meedelen?
  • Hoe beziet u Joh. 17:11, 21¬22 in dit verband? En Han. 18:6, 20:25¬27?
  • Kunt u voorbeelden geven van verleidingen?
  • Waarom zouden wij over een werkwoord spreken als we het over geloof hebben? Kan bv. 1 The. 5:17 hier een rol spelen? Zo ja, waarom schrijft Paulus dat? En hoe is dat dan aangenaam voor de HEERE God?
  • Is het hebben van kennis over de HEERE God hierbij belangrijk? Zie bv. Joh. 10:11¬15; Jes. 46:3¬4; Psa. 139
  • Wat is “wandelen met God” (Gen. 5:24, 6:9; Mic. 6:8) en hoe doe je dat?
  • Hoe kom je aan geloof? Waar haal je dat?
  • Kunt u een relatie leggen tussen verleiding en de versplinterde christelijke kerken?
  • Hoe beziet u Mat. 16:6­12 in dit verband?
  • Hoe beziet u Joh. 17:11, 21¬22 in dit verband?
  • Als bv. in uw naaste omgeving mensen moedwillig beschadigd worden, mag dat uw persoonlijke relatie met de Heer dan beïnvloeden?
  • En als bij dit soort zaken mede-kerkleden of ambtsdragers betrokken zijn?
  • Bidden we voor de slachtoffers en voor de zondaren? De HEERE God verafschuwt toch de zonden maar houdt van alle mensen (1 Tim. 2¬4)?
  • Wat maakte dat rotje precies zo, en de lucifer, en stak toen die lucifer aan? Waarom werd die lucifer trouwens aangestoken? En waar komt dat leven nou vandaan?
  • Is het niet zo dat wij eigenlijk héél goed weten in welke staat wij zouden moeten leven? Hebben wij niet ergens het besef of gevoel dat de situatie waarin Adam en Eva leefden in het paradijs, waar zij aan de wind des daags de HEERE God ervoeren (Gen. 3:8a), met Hem spraken en Zijn schepping bewerkten en bewaarden (Gen. 2:15), eigenlijk de juiste situatie voor de mens was? Bij de schepping heeft toch alleen de mens verstand ontvangen, zodat hij niet slechts aan de aarde gebonden zou zijn maar dus ook een geestelijk leven met zijn Schepper zou kunnen leiden (Gen. 1:27; 2:7; 4:26)?
  • Kunt u zelf enkele tekenen van de tijd benoemen?
  • Zou die honger alle andere vormen van honger omvatten?
  • Wat ontbreekt een mens nog in die gemeenschap? Zie bv. Deu. 8:3; Mat. 4:4
  • Kent u naast bv. Han. 11:28-¬29 nog andere rampen, oorlogen, hongersnoden enz. die vermeld worden in het N.T.?
  • Waarom zou de Here Jezus dan zo concreet wijzen op deze rampen enz. als een teken van de tijd?
  • Over welk moment heeft de apostel Petrus het hier als hij spreekt over het krieken van de dag?
  • Is deze tijd al aangebroken?
  • Leven wij al in de tijd van grote Afval?
  • Ziende op Efe. 1:10: Hoe dicht zijn wij bij deze volheid der tijden?
  • Zou u de persoon die wordt genoemd in Mar. 9:11¬12 en Mal. 4:5¬6 als teken van de tijd verwachten?
  • Zo ja, wat is denkt u zijn taak en zijn boodschap?
  • Welke motieven of verlangens kunnen de hulpverleners hebben?
  • Welk doel of welke doelen kunnen met die initiatieven (op de lange termijn) worden beoogd?
  • Welk verlangen of welke verlangens kunnen deze mensen hebben?
  • Waar zouden deze verlangens door veroorzaakt kunnen worden?
  • Welk doel of welke doelen worden met deze tweede uiting beoogd?
  • Zou de uitkomst van deze overdenking anders zijn naarmate meer mensen Mar. 12:29¬31 als leidraad voor hun leven nemen? Zou u dat een redelijke (!) verwachting vinden?
  • Hoe zou er dan met dit soort zaken worden omgegaan?
  • Is er dan sprake van economische activiteit?
  • Waaruit blijkt uw verlangen (hoe zien de mensen om u heen dat u die wens heeft)?
  • Hoe gaat u om met de obstakels?
  • Welke waarde denkt u zou een offer voor de HEERE God hebben als de zondaar niet werkelijk oprecht zijn zonden beleed, zich niet oprecht voornam om niet meer te zondigen? Zou zo’n offer de HEERE God verleiden de zondaar met Zich te verzoenen? Zie bv. 1 Sam. 16:7
  • Zou iemand die niet oprecht is überhaupt nog naar de tempel gaan om te offeren?
  • Wat bedoelt Paulus als hij schrijft dat wij onze lichamen tot een levende, heilige en Gode welbehaaglijke offerande stellen?
  • Het kunnen belijden van onze zonden, gevolgd door de vrijspraak en het aangaan aan het Heilig Avondmaal, is een geschenk van de Here Jezus aan ons. Hoe kostbaar vinden wij dit geschenk?
  • Hoe frequent kunnen (of moeten?) wij, gezien het voorgaande, het Heilig Avondmaal vieren?
  • Als we dit allemaal niet waarderen en er niet naar verlangen, wat werkt Zijn Offer en het Heilig Avondmaal dan bij ons uit?
  • Als u niet, of maar af en toe, naar de Kerk gaat, wat houdt u dan tegen om dat wekelijks te doen?
  • Welke redeneringen hebt u om dat voor uzelf te rechtvaardigen?
  • En welke redeneringen hebt u om dat voor God te rechtvaardigen? Zie bv. Psa. 42:5, 1 Kor. 9:24¬25
  • Is het naar de Kerk gaan een logische consequentie van het geloof in Jezus Christus (zie hoofdstuk 1 en bv. Heb. 10:25)?
  • Kunt u voorbeelden geven van zaken die de HEERE God in het N.T. heeft voorgeschreven (volgens Joh. 14:17, 26; 16:7¬15; Luc. 11:13), die we tegenwoordig niet meer willen horen of die we terzijde willen schuiven? De vraag is dan: Mogen wij dat verwerpen en als u vindt van wel op grond waarvan dan? Er zit een behoorlijke spanwijdte in voorschriften; we geven drie voorbeelden aan:- het verbod om bloed (dus ook bloedworst) te eten dat wordt gegeven vóór de wet (Gen. 9:4), onder de wet (Lev. 17:12¬14) en onder de genade (Han. 15:29);- het gebod dat vrouwen in de Gemeenten zwijgen (1 Kor. 14:34¬35), waarvan Paulus schrijft dat de Geest dit hem heeft meegedeeld (1 Kor. 14:36¬38);- het moeten afkeuren van zaken die de HEERE God onwelgevallig zijn (Rom. 1:18¬32). Zaken die vandaag de dag zelfs verheerlijkt lijken te moeten worden.
  • Hoe beziet u 2 Pet. 3:15¬16 in dit verband?
  • Job rekent erop bij degenen te horen die het eeuwig leven zullen ontvangen. Hij was niet gedoopt en leefde vóór de wet. Waarop kan hij zijn verwachting baseren?
  • Wat denkt u is het medicijn tegen obstakels in ons verlangen? (Probeer dat in een stukje tekst uit te drukken)
  • Kan de HEERE God in deze laatste tijd profeten laten profeteren?
  • Wij schreven “vanaf de schepping”. Zou dit eigenlijk “vanaf Noach” moeten zijn omdat alle mensen buiten de ark toen door Gods oordeel gedood werden?
  • Wat vindt u van dit zijstapje?
  • Het valt ons op dat persberichten over christenvervolgingen al niet eens meer tot een “foei”-reactie van regeringen leiden. Hoe zou dat komen?
  • Valt u iets op als u die 7 gelijkenissen met de 7 brieven vergelijkt?
  • Wat zou de geestelijke betekenis van “gedood worden” kunnen zijn?
  • Welke kenmerkende eigenschappen hebben gelovigen die tot “wij allen” willen behoren?
  • Is de doop voldoende om het eeuwig leven te verwerven?
  • Wat denkt u dat hier bedoeld wordt?
  • Hoe zou men kunnen weten voor welke doden men zich moest laten dopen?
  • Wat is de erfenis van de doop met de Heilige Geest en met vuur?
  • Is het onderpand van die erfenis de Heilige Geest, die inwonend is ontvangen?
  • De HEERE God beperkt 1 Kor. 15:29, dat we hiervoor behandelden, volgens ons niet tot de waterdoop. Is dat een juiste constatering? Zo ja, kunt u de consequentie daarvan beschrijven?
  • Zijn er door de Here Jezus eisen gesteld aan degene die, in Zijn Naam, de vrijspraak uitspreekt? Zie bv. Heb. 5:4
  • Welke belofte hebben zij (de geloofshelden) niet verkregen?
  • Wat had God over ons voorzien waardoor de O.T. geloofshelden volmaakt worden?
  • Wat vindt u van het gegeven dat de Bijbel in het N.T. óók spreekt van het door God Zelf hoorbaar roepen van priesters door profetenmond?
  • Als u Eze. 9:2¬6 leest en dat in verband brengt met wat we tot nu toe behandeld hebben, tot welke vragen of conclusies komt u dan? “Jeruzalem” is hier het beeld van de gehele christenheid.
  • Bent u het hiermee eens?
  • Waarom (niet)?
  • Wat vindt u van deze stelling?
  • Als u bedenkt dat na de dood van de eerste apostelen en de apostolische vaders het profetenambt, de apostelen en daarmee de verzegeling enz. rond 200 na Chr. verdwenen zijn, hoe beziet u dan de gemeente in deze laatste tijd?
  • Is het mogelijk dat de HEERE God ook in deze laatste tijd weer een volledige bediening wil geven? Zie Zac. 8:6 en daarbij Heb. 11:7; Joh. 1:6; Luc. 3:3; Han. 22:17¬21, 26:13¬18. Zo ja, zullen er dan net als in Éfeze verzegelde en niet-verzegelde christenen zijn?
  • Hoe beziet u Opb. 10:7 in dezen?
  • Is de gemeente, zoals die tot hier toe beschreven is, dan de bruid?
  • Zo ja, betekent de opmerking over de spade regen in zijstapje 6 op pagina 41 dan dat er weer apostelen, profeten, evangelisten en herders moeten komen, althans als de bruid ook uit mensen die in het tijdvak Laodicéa leefden en leven zal bestaan?
  • Welke keuze maakt u in relatie tot Jesaja 55: 1¬3?
  • Regent het al?
  • Hoe denkt u zal de bruidsgemeente, in die periode, in de praktijk met de eredienst omgaan?
  • Is zoals we hierboven schrijven de gemeente met de ambten al hersteld, moet dat nog gebeuren of is dit onjuist of zelfs onmogelijk? Waarom vindt u dat?
  • Wat vindt u, in het licht van het tot nu toe besprokene, van deze zeer beknopte toelichting op de geschiedenis van de zonnevrouw?
  • Zou in de laatste gemeente geprofeteerd kunnen worden wie van degenen in het dodenrijk, uit welk deel van de geschiedenis dan ook afkomstig, één van beide, of beide, dopen moet ontvangen? Of zou dat veel te wonderlijk zijn?
  • Als de bruidsgemeente de beloofde Elia is, mogen we dan nog een Elisa verwachten?
  • Kunt u hiermee instemmen of ziet u dat anders?
  • Bent u het hiermee eens?
  • Waarom schrijven wij dat met de eerste opstanding de opname aanvangt?
  • Zou een “wee” een periode van christenvervolging kunnen zijn (Opb. 11:12¬14)?
  • Hoe voelt dat?
  • Hoe beziet u evangeliseren in dezen?
  • Is er verschil tussen een christen die zondigt en een niet-christen die zondigt?